ECLI:NL:CRVB:2023:1920
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Onvoldoende motivering weigering IVA-uitkering wegens niet-duurzame arbeidsongeschiktheid
Appellant ontving een loongerelateerde WGA-uitkering wegens volledige maar niet-duurzame arbeidsongeschiktheid. Hij betwistte dit en vorderde een IVA-uitkering, omdat hij meent volledig en duurzaam arbeidsongeschikt te zijn. Het UWV handhaafde het besluit op basis van een verzekeringsgeneeskundig onderzoek en een fictieve Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) die uitging van duurzame beperkingen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep de kans op herstel voldoende had onderbouwd. Appellant voerde in hoger beroep aan dat het onderzoek onvoldoende specifiek was en dat de motivering ontbrak waarom verbetering van belastbaarheid te verwachten was, mede omdat de behandeling voor PTSS was afgerond en verdere gesprekken slechts ondersteunend waren.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het UWV onvoldoende concreet en deugdelijk heeft gemotiveerd waarom de beperkingen niet duurzaam zijn. De verwijzing naar het algemene behandelprotocol en een niet nader toegelichte fictieve FML volstaan niet. Ook had de verzekeringsarts contact moeten opnemen met de behandelaar van appellant om de specifieke behandelmogelijkheden en het te verwachten resultaat te verifiëren.
De Raad draagt het UWV op binnen acht weken het gebrek in het besluit te herstellen met een nadere motivering en overleg met de behandelaar. Hiermee is het geding nog niet afgerond en wordt nog geen uitspraak gedaan over proceskosten.
Uitkomst: Het UWV wordt opgedragen het besluit te herstellen wegens onvoldoende motivering van de duurzaamheid van de arbeidsongeschiktheid.