ECLI:NL:CRVB:2023:1917
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep tegen intrekking schikkingsvoorstel
Appellant betwist dat de minister een schikkingsvoorstel uit 2016 niet meer uitvoert en vordert uitbetaling van €10.000,-. De minister heeft in 2022 medegedeeld dat het voorstel niet meer geldig is, omdat de voorwaarden destijds niet zijn nageleefd en de kwestie reeds is afgedaan met een eerdere uitspraak van de Raad.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant niet-ontvankelijk, omdat het schikkingsvoorstel geen besluit is in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en de intrekking daarvan evenmin. Appellant ging in hoger beroep tegen deze niet-ontvankelijkverklaring.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het hoger beroep niet slaagt. Het schikkingsvoorstel was een informatieve briefwisseling zonder rechtsgevolg, omdat appellant destijds niet aan de voorwaarden voldeed en verder procedeerde. Daarom is het beroep terecht niet-ontvankelijk verklaard en wordt de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet uitvoeren van het schikkingsvoorstel wordt niet-ontvankelijk verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.