Appellante had meerdere aanvragen om bijstand ingediend met als gewenste ingangsdatum 1 januari 2020, maar het college stelde de ingangsdatum vast op 22 oktober 2020, de datum van haar vierde aanvraag. Het college had eerdere aanvragen afgewezen vanwege het ontbreken van polisgegevens van pensioenpolissen die nodig waren om het vermogen vast te stellen.
Appellante stelde dat zij de polisgegevens niet eerder kon verkrijgen door gebrek aan medewerking van haar ex-partner en dat zij daardoor recht had op bijstand met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2020. De rechtbank en vervolgens de Centrale Raad van Beroep oordeelden dat het verkeren in bijstandbehoevende omstandigheden op zich geen bijzondere omstandigheid is die terugwerkende kracht rechtvaardigt.
Verder concludeerde de Raad dat appellante onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij in de periode van januari tot oktober 2020 voldoende actie heeft ondernomen om de benodigde polisgegevens te verkrijgen. Ook was het niet aan het college om deze gegevens op te vragen. De Raad bevestigde daarom het besluit dat de bijstand ingaat op 22 oktober 2020 en wees het hoger beroep af.