ECLI:NL:CRVB:2023:1645
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag langdurige zorg wegens ontbreken blijvende 24-uurs zorgbehoefte
Appellante, geboren in 2008 met een lichte verstandelijke beperking, vroeg op 5 juni 2020 zorg aan op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz). Het CIZ wees de aanvraag af omdat er geen sprake was van een blijvende behoefte aan 24-uurs zorg in de nabijheid, gebaseerd op medische adviezen van 2020 en 2021.
De rechtbank Midden-Nederland verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond en oordeelde dat de medische adviezen voldoende waren gemotiveerd en dat appellante nog groei en leerbaarheid vertoonde, waardoor een blijvende 24-uurs zorgbehoefte niet was vastgesteld. De brief van een arts verstandelijk gehandicapten bood onvoldoende nieuwe medische informatie.
In hoger beroep voerde appellante aan dat haar gedragsproblematiek, emotionele ontwikkelingsachterstand en cognitieve tekorten een levenslange 24-uurs zorgbehoefte rechtvaardigen. Het CIZ handhaafde haar standpunt met een aanvullend medisch advies uit 2022.
De Raad concludeerde dat het CIZ terecht de afwijzing baseerde op de medische adviezen en dat er geen objectieve aanwijzingen waren voor een blijvende 24-uurs zorgbehoefte. De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De afwijzing van de aanvraag voor zorg op grond van de Wlz wordt bevestigd wegens ontbreken van een blijvende behoefte aan 24-uurs zorg in de nabijheid.