ECLI:NL:CRVB:2023:1540
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek tot herziening hersteldverklaring Ziektewet
Appellante was werkzaam als operator en meldde zich ziek in oktober 2011. Na een periode met een Ziektewetuitkering en een hersteldverklaring in april 2012, ontving zij een WW-uitkering. In maart 2013 meldde zij zich opnieuw ziek, maar werd per 8 april 2013 hersteld verklaard door het UWV. Dit besluit werd in bezwaar en beroep bevestigd.
In juli 2021 verzocht appellante om herziening van deze hersteldverklaring, maar het UWV wees dit af wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond. Appellante stelde in hoger beroep dat zij door lichamelijke en psychische klachten niet kon werken en overhandigde medische stukken, die echter te laat werden ingediend.
De Raad oordeelt dat de medische stukken niet in de beoordeling mogen worden betrokken omdat zij niet in de bezwaarfase zijn overgelegd, conform vaste rechtspraak. Er is geen sprake van nieuwe feiten of omstandigheden die herziening rechtvaardigen. Het verzoek om een onafhankelijke deskundige te benoemen wordt afgewezen en het hoger beroep wordt verworpen.
Uitkomst: Het verzoek tot herziening van de hersteldverklaring per 8 april 2013 wordt afgewezen en het hoger beroep wordt verworpen.