ECLI:NL:CRVB:2023:1362
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Onbevoegdheid Centrale Raad van Beroep bij doorbreking appelverbod in zaak tegen college Zoetermeer
Appellant stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag waarin zijn bezwaar tegen een e-mail van het Hulpmiddelencentrum niet-ontvankelijk werd verklaard. De rechtbank had het beroep ongegrond verklaard en het verzet van appellant tegen deze uitspraak eveneens ongegrond verklaard.
In hoger beroep verzocht appellant om doorbreking van het appelverbod. De Raad oordeelde dat de aangevallen uitspraak onder artikel 8:55, zevende lid, Awb valt, waartegen geen hoger beroep mogelijk is, tenzij sprake is van ernstige schending van procesorde of fundamentele rechtsbeginselen. Deze uitzonderingssituatie deed zich niet voor.
De Raad overwoog dat de rechtbank terecht gebruik heeft gemaakt van artikel 8:54 Awb Pro om het onderzoek zonder zitting te sluiten, en dat appellant voldoende gelegenheid had om zijn bezwaren in verzet naar voren te brengen. Er was geen reden om stukken buiten beschouwing te laten of het appelverbod te doorbreken.
Ook het verzoek tot schadevergoeding werd afgewezen wegens onbevoegdheid van de Raad. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep verklaart zich onbevoegd tot behandeling van het hoger beroep en wijst het verzoek tot schadevergoeding af.