ECLI:NL:CRVB:2023:1329
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling en schadevergoeding na intrekking hoger beroep in WAJONG-zaak
In deze WAJONG-zaak heeft appellante hoger beroep ingesteld tegen een beslissing van het UWV. Tijdens de procedure heeft het UWV een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen die volledig tegemoetkomt aan de bezwaren van appellante. Hierdoor heeft appellante het hoger beroep ingetrokken.
De Raad heeft het UWV veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten die appellante redelijkerwijs heeft moeten maken in verband met de behandeling van het hoger beroep. Daarnaast is een schadevergoeding toegekend wegens overschrijding van de redelijke termijn van de bestuursrechtelijke procedure, waarbij de totale duur van ruim vier jaar als overschrijding wordt aangemerkt.
De schadevergoeding is verdeeld tussen het UWV en de Staat, waarbij het UWV een vijfde deel en de Staat vier vijfde delen van het bedrag betaalt. Ook zijn beide partijen veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten die appellante heeft gemaakt in verband met het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.
Uitkomst: Het UWV en de Staat worden veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en immateriële schade na intrekking van het hoger beroep wegens tegemoetkoming in bezwaar.