ECLI:NL:CRVB:2023:130
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Toekenning schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn in bestuursrechtelijke procedure
Verzoekster had een bestuursrechtelijke procedure aangespannen tegen het college van burgemeester en wethouders van Hellevoetsluis, waarbij het hoger beroep was ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam. De procedure betrof een besluit op bezwaar en liep van augustus 2017 tot de intrekking van het hoger beroep in november 2022.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de redelijke termijn, zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro, was overschreden met ruim een jaar. De totale duur van de procedure bedroeg ruim vijf jaar, terwijl in soortgelijke zaken een termijn van vier jaar als redelijk wordt beschouwd. Er waren geen bijzondere omstandigheden die een langere termijn rechtvaardigden.
Op grond hiervan werd aan verzoekster een immateriële schadevergoeding van €1.500 toegekend, te betalen door de Staat. Een vergoeding van proceskosten werd afgewezen omdat het verzoek om schadevergoeding pas mondeling tijdens de zitting was gedaan. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 17 januari 2023.
Uitkomst: Verzoekster krijgt een schadevergoeding van €1.500 wegens overschrijding van de redelijke termijn toegekend.