ECLI:NL:CRVB:2023:1108
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Appellant heeft twee keer een WIA-uitkering aangevraagd wegens cardiale klachten en andere gezondheidsproblemen, maar het UWV heeft beide aanvragen geweigerd omdat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt was. De rechtbank Overijssel verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de beperkingen van appellant objectief waren vastgesteld volgens de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML).
Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij meer beperkingen ondervindt dan vastgesteld en dat de rechtbank een onjuiste toets hanteerde voor het causale verband tussen zijn klachten en elektromagnetische velden. Hij verwees naar een eerdere uitspraak en een rapport van de Gezondheidsraad, en verzocht om een onafhankelijk deskundige. De Raad onderschreef echter het oordeel van de rechtbank en het UWV, dat geen nieuwe medische informatie was ingebracht die het eerdere oordeel zou kunnen wijzigen.
De Raad stelde vast dat elektrohypersensitiviteit niet algemeen erkend wordt als ziekte of gebrek en dat beperkingen alleen kunnen worden aangenomen op basis van objectief medisch vastgestelde aandoeningen. Het verzoek van appellant om een deskundige werd afgewezen vanwege het ontbreken van twijfel aan de medische beoordeling. De Raad bevestigde de aangevallen uitspraak en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WIA-uitkering bevestigd.