ECLI:NL:CRVB:2023:1061
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ingangsdatum Wajong-uitkering per 8 mei 2018 na bezwaar en beroep
Appellant, geboren in 1967, vroeg aanvankelijk in 1987 een AAW-uitkering aan wegens een aangeboren oogafwijking. Deze uitkering werd in 1994 beëindigd omdat appellant minder dan 25% arbeidsongeschikt werd geacht. Appellant diende meerdere aanvragen in voor een Wajong-uitkering, die door het Uwv werden afgewezen vanwege het ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden.
In 2019 diende appellant opnieuw een aanvraag in met medische informatie van oogarts Postma. Het Uwv weigerde terug te komen op eerdere besluiten, omdat deze informatie niet als nieuw werd beschouwd. Na bezwaar verklaarde het Uwv het bezwaar gegrond en kende appellant met ingang van 8 mei 2018 een Wajong-uitkering toe, gebaseerd op rapporten van een verzekeringsarts en arbeidsdeskundige.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat het Uwv terecht geen terugwerkende kracht verder dan 8 mei 2018 had toegekend. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel, stellende dat de medische informatie niet nieuw was en dat de ingangsdatum van de uitkering correct was vastgesteld. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De ingangsdatum van de Wajong-uitkering wordt bevestigd op 8 mei 2018 zonder verdere terugwerkende kracht.