ECLI:NL:CRVB:2022:884
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging juiste vaststelling mate van arbeidsongeschiktheid voor WIA-uitkering
Appellant, laatstelijk werkzaam als automonteur, meldde zich ziek met fysieke en psychische klachten na een auto-ongeval. Het UWV kende hem een loongerelateerde WGA-uitkering toe met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 100%. Na bezwaar stelde een verzekeringsarts bezwaar en beroep de mate van arbeidsongeschiktheid bij op basis van aanvullend onderzoek en informatie, waarbij het percentage werd verlaagd tot 30,05%. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en geen aanleiding bestond tot twijfel aan de deskundigheid van de verzekeringsarts.
In hoger beroep stelde appellant dat het UWV de discrepantie in de medische beoordelingen onvoldoende had gemotiveerd en dat een specialist nodig was om zijn psychosomatische klachten te beoordelen. De Raad oordeelde dat het aan de verzekeringsarts bezwaar en beroep is om een vertaalslag te maken van klachten naar beperkingen en dat appellant onvoldoende medische gegevens had overgelegd om de juistheid van de vaststelling te betwijfelen.
De Raad concludeerde dat appellant terecht geschikt is geacht voor de geselecteerde functies en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er is geen aanleiding voor het inschakelen van een onafhankelijke medisch deskundige en het hoger beroep wordt afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de vaststelling van de mate van arbeidsongeschiktheid op minder dan 35% wordt bevestigd.