ECLI:NL:CRVB:2022:842
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Aanvraag WAO-uitkering terecht buiten behandeling gesteld wegens onvoldoende informatie
Appellant heeft meerdere aanvragen ingediend voor een WAO-uitkering, die door het UWV telkens buiten behandeling zijn gesteld omdat appellant niet de gevraagde aanvullende gegevens heeft verstrekt. Eerdere besluiten en bezwaarprocedures bevestigden dat het UWV niet over voldoende informatie beschikte om een beslissing te nemen.
In 2019 verzocht appellant het UWV opnieuw om een WAO-uitkering toe te kennen, maar ook deze aanvraag werd buiten behandeling gesteld wegens het ontbreken van noodzakelijke gegevens. Het UWV heeft appellant meerdere malen in de gelegenheid gesteld om de ontbrekende informatie aan te leveren, maar appellant heeft hier niet adequaat op gereageerd.
De rechtbank Amsterdam heeft het beroep van appellant tegen dit besluit ongegrond verklaard, en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak. De Raad oordeelt dat het UWV terecht toepassing heeft gegeven aan artikel 4:5 van Pro de Awb om de aanvraag buiten behandeling te stellen. Appellant heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij de gevraagde informatie al had verstrekt of dat deze verloren is gegaan.
De Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten en bevestigt het bestreden besluit dat de aanvraag van appellant niet in behandeling wordt genomen wegens onvoldoende informatie.
Uitkomst: De aanvraag van appellant voor een WAO-uitkering wordt terecht buiten behandeling gesteld wegens onvoldoende informatie.