ECLI:NL:CRVB:2022:823
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontslag bij bereiken AOW-leeftijd ondanks verlaging AOW-leeftijd
Appellante was sinds 1973 in dienst van de Kamer van Koophandel en had in 2017 een vaststellingsovereenkomst (VSO) gesloten waarin haar ontslag werd geregeld bij het bereiken van haar AOW-leeftijd. Door een wetswijziging in 2019 werd de AOW-leeftijd vervroegd, waarop appellante stelde dat haar dienstverband tot de oorspronkelijke AOW-leeftijd moest worden voortgezet.
De Kamer van Koophandel verleende ontslag op de nieuwe, vervroegde AOW-leeftijd. Appellante maakte bezwaar en startte een beroepsprocedure, stellende dat de wijziging van de AOW-leeftijd een bijzondere omstandigheid vormde die volledige nakoming van de VSO in de weg stond.
De rechtbank en vervolgens de Centrale Raad van Beroep verwierpen dit standpunt. De Raad oordeelde dat de wijziging van de AOW-leeftijd het gevolg is van sociaal-economische en politieke ontwikkelingen en niet als bijzondere omstandigheid kan worden aangemerkt. De VSO was bewust afgesloten met de ontslagdatum gekoppeld aan de AOW-leeftijd, en de Kamer handelde rechtmatig.
Het verzoek om schadevergoeding werd eveneens afgewezen omdat geen sprake was van een onrechtmatig besluit of handeling. De Raad bevestigde het bestreden besluit en wees het hoger beroep en schadevergoedingsverzoek af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het ontslag op de vervroegde AOW-leeftijd en wijst het hoger beroep en schadevergoedingsverzoek af.