ECLI:NL:CRVB:2022:808
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing bijstand met terugwerkende kracht zonder bijzondere omstandigheden
Appellant heeft meerdere aanvragen om bijstand ingediend, waarvan de eerste twee aanvragen buiten behandeling zijn gesteld wegens het niet aanleveren van gevraagde stukken. De derde aanvraag is afgewezen, maar het bezwaar daartegen is gegrond verklaard met toekenning van bijstand vanaf de datum van die derde aanvraag.
De rechtbank heeft het beroep tegen deze toekenning ongegrond verklaard. In hoger beroep betoogt appellant dat de bijstand met ingang van de eerste aanvraagdatum had moeten worden toegekend, omdat de eerdere aanvragen niet inhoudelijk zijn beoordeeld maar buiten behandeling zijn gesteld.
De Raad oordeelt dat vaste rechtspraak bepaalt dat bijstand in beginsel niet met terugwerkende kracht wordt toegekend, tenzij bijzondere omstandigheden dit rechtvaardigen. Het enkel indienen van eerdere buiten behandeling gestelde aanvragen vormt geen bijzondere omstandigheid. Daarom wordt het hoger beroep verworpen en blijft de ingangsdatum van de bijstand de datum van de derde aanvraag.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de bijstand wordt toegekend met ingang van 12 mei 2019, niet met terugwerkende kracht.