ECLI:NL:CRVB:2022:765
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WGA-vervolguitkering na herbeoordeling arbeidsongeschiktheid onder 35%
Appellant ontving een WGA-vervolguitkering die het Uwv met ingang van 19 november 2018 beëindigde vanwege een vastgestelde arbeidsongeschiktheid van minder dan 35%. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en verwees naar medische rapporten waarin voldoende rekening was gehouden met zijn persoonlijkheidsstoornis en stress-gerelateerde klachten. Appellant stelde dat de herbeoordeling onzorgvuldig was en dat zijn beperkingen onvoldoende waren erkend, mede vanwege zijn rol als klokkenluider en het advies van zijn bewindvoerder.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het Uwv bevoegd is om een herbeoordeling uit te voeren, ook zonder expliciet verzoek van appellant, en dat het rechtszekerheidsbeginsel niet is geschonden. De medische en arbeidsdeskundige rapporten ondersteunen dat de beperkingen adequaat zijn vastgesteld en dat de geselecteerde voorbeeldfuncties passend zijn, waarbij geen aanvullende diploma-eisen gelden dan appellant bezit.
Gezien het ontbreken van concrete onderbouwing van appellant voor meer beperkingen en de gewijzigde medische situatie, bevestigt de Raad de eerdere uitspraak. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. De WGA-vervolguitkering wordt terecht beëindigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de WGA-vervolguitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid.