ECLI:NL:CRVB:2022:73
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van besluit bijstand na ondertekende verklaringen sociaal rechercheur
Appellant ontvangt sinds november 2014 bijstand en werd onderzocht vanwege een melding dat zeven personen op zijn adres staan ingeschreven. Tijdens het onderzoek werden bankafschriften met pinbetalingen bij gokinstellingen aangetroffen. Appellant legde op 1 en 2 juni 2017 verklaringen af tegenover een sociaal rechercheur, waarin hij zijn gokprobleem toegaf.
Appellant stelde in hoger beroep dat hij op 2 juni 2017 geen verklaring had afgelegd en dat hij op 1 juni 2017 een blanco verklaring had getekend zonder de tekst te zien. De Raad overwoog dat volgens vaste rechtspraak een ondertekende verklaring tegenover een sociaal rechercheur in principe juist wordt geacht, tenzij bijzondere omstandigheden aannemelijk worden gemaakt.
Appellant slaagde er niet in dergelijke bijzondere omstandigheden te bewijzen. Zijn stellingen waren onvoldoende onderbouwd. Daarom kon hij worden gehouden aan zijn verklaringen. Het hoger beroep slaagde niet en de aangevallen uitspraak van de rechtbank werd bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit en houdt appellant aan zijn verklaringen.