ECLI:NL:CRVB:2022:72
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging indicatie zorgprofiel Beschut wonen met intensieve begeleiding en uitgebreide verzorging
Appellante, bekend met dementie en mobiliteitsbeperkingen, vroeg op 25 april 2019 zorg aan onder de Wet langdurige zorg (Wlz). Het CIZ stelde na onderzoek het zorgprofiel VV Beschut wonen met intensieve begeleiding en uitgebreide verzorging vast met ingang van 7 juni 2019.
Appellante maakte bezwaar tegen de ingangsdatum en het zorgprofiel, stellende dat zij vanaf 18 april 2019 aanspraak had op een hoger zorgprofiel, VV Beschermd wonen met zeer intensieve zorg. De rechtbank wees het beroep af en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel.
De Raad oordeelde dat het CIZ op goede gronden het zorgprofiel had vastgesteld, waarbij de medische adviezen en de aard van de zorgbehoefte van appellante centraal stonden. De door appellante overgelegde medische stukken boden onvoldoende aanleiding voor een eerdere ingangsdatum of een hoger zorgprofiel.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het zorgprofiel Beschut wonen met intensieve begeleiding en uitgebreide verzorging met ingang van 6 juni 2019 correct is vastgesteld.