ECLI:NL:CRVB:2022:66
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering na beoordeling medische en arbeidskundige beperkingen
Appellante was werkzaam als schoonmaakster en meldde zich ziek met handklachten, gevolgd door rugklachten en alcoholmisbruik. Het UWV stelde vast dat zij meer dan 65% van haar maatmaninkomen kon verdienen en beëindigde haar ziekengeld. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, oordeelde dat het medisch en arbeidskundig onderzoek zorgvuldig was en dat de beperkingen juist waren ingeschat.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat het UWV onvoldoende rekening hield met haar klachten, met name de rugklachten en de gevolgen van haar alcoholverslaving, waaronder klinische opnames en ambulante behandelingen. De Raad overwoog dat de verslaving op de datum in geding geen aanleiding gaf tot beperkingen als gevolg van ziekte of gebrek en dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd.
Verder bevestigde de Raad dat de functie van schoonmaakster als maatmaninkomen juist was vastgesteld, omdat appellante niet voldeed aan de voorwaarden om haar eerdere functie als officemanager als maatgevend te beschouwen. De Raad concludeerde dat het hoger beroep niet slaagt en bevestigde de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: De Ziektewetuitkering van appellante wordt terecht beëindigd omdat zij meer dan 65% van haar maatmaninkomen kan verdienen.