ECLI:NL:CRVB:2022:604
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen intrekking en terugvordering van bijstand wegens niet-melding werkzaamheden
Appellante ontving sinds 1999 bijstand en kreeg bij besluit van 13 juli 2017 de bijstand over 2011-2016 ingetrokken en teruggevorderd wegens het niet melden van werkzaamheden en inkomsten. Het college stelde dat appellante haar inlichtingenverplichtingen had geschonden doordat zij geen objectieve administratie overlegde.
Na bezwaar en beroep bij de rechtbank en eerdere uitspraak van de Raad, werd het college opgedragen een nieuwe beslissing te nemen. Het college verklaarde het bezwaar opnieuw ongegrond en handhaafde het besluit.
In hoger beroep stelde appellante dat de beroepsgronden gingen over haar schuldsanering en niet over de inhoud van het besluit. De Raad bevestigde dit en oordeelde dat deze gronden niet tot vernietiging konden leiden. Het college verwees appellante naar PLANgroep voor schuldbemiddeling.
De Raad verklaarde het beroep ongegrond en wees proceskosten af. De uitspraak werd gedaan door voorzitter Van Straalen en leden Jacobs en Van der Ham op 22 maart 2022.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen het besluit tot intrekking en terugvordering van bijstand wordt ongegrond verklaard.