ECLI:NL:CRVB:2022:561
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging Ziektewetuitkering medewerker customerservice
Appellant was werkzaam als medewerker customerservice en meldde zich ziek met psychische klachten. Het UWV kende hem een Ziektewetuitkering toe, maar beëindigde deze per 10 december 2019 na een beoordeling door een verzekeringsarts die appellant geschikt achtte voor zijn functie.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, omdat geen medische gegevens waren overgelegd die het oordeel van de verzekeringsartsen konden betwijfelen. Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij minder belastbaar was dan aangenomen, maar onderbouwde dit niet met medische gegevens.
De Centrale Raad van Beroep onderschrijft het oordeel van de rechtbank en voegt toe dat appellant niet meer behandeld werd voor verslavingsproblematiek en dat het werk fysiek en mentaal niet zwaar is. Er is geen aanleiding voor benoeming van een onafhankelijk deskundige en geen sprake van schending van een eerlijk proces.
Het hoger beroep wordt verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er is geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de beëindiging van de Ziektewetuitkering bevestigd.