ECLI:NL:CRVB:2022:501
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling afstemming bijstand en toepassing kostendelersnorm in bijzondere situatie alleenstaande ouder
Appellante, een alleenstaande ouder die duurzaam gescheiden leeft van haar echtgenoot die naar het buitenland vertrok, ontving bijstand die sinds 2015 werd verlaagd vanwege vervallen alleenstaande oudertoeslag (ALO-kop). De Raad stelde eerder dat appellante vanwege haar bijzondere situatie recht heeft op afstemming van bijstand op grond van artikel 18 van Pro de Participatiewet.
Het college voerde een nader onderzoek uit en verhoogde de bijstand met het bedrag van de ALO-kop, maar zag geen aanleiding tot verdere verhoging. Appellante voerde aan dat haar bijstand verder verhoogd moest worden vanwege de kostendelersnorm die werd toegepast toen haar meerderjarige zoon bij haar introk, en vanwege het niet ontvangen van toeslagen zoals zorgtoeslag en gezinsgebonden budget.
De Raad overwoog dat de kostendelersnorm dwingendrechtelijk is en dat de aard van het inkomen van medebewoners geen rol speelt bij de toepassing ervan. De regeling met de bewindvoerder compenseert appellante feitelijk voor de verlaging door de kostendelersnorm. Problemen met de Belastingdienst vormen geen grond voor bijstandverhoging. Het beroep van appellante werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en het college hoeft de bijstand niet verder te verhogen.