ECLI:NL:CRVB:2022:472
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontslag wegens ernstig plichtsverzuim politieambtenaar
Appellant, sinds 1986 werkzaam bij de politie, werd ontslagen wegens ernstig plichtsverzuim. Uit onderzoeken bleek dat hij politiesystemen voor privédoeleinden raadpleegde, informatie deelde met derden en niet open en transparant verklaarde over zijn handelen.
De Raad oordeelde dat appellant zich schuldig maakte aan plichtsverzuim omdat hij onder meer zijn moeder, ex-vrouw, vriendin en zoon onrechtmatig had bevraagd in de systemen en informatie had gedeeld. Zijn verweer dat sommige handelingen werkgerelateerd waren, werd verworpen.
Het ontslag werd als niet onevenredig beoordeeld gezien de ernst van de gedragingen en het vertrouwen dat hierdoor werd geschaad. Appellant had moeten weten dat dergelijk gedrag niet was toegestaan. De Raad bevestigde het eerdere besluit van de rechtbank Amsterdam en wees het hoger beroep af.
De uitspraak benadrukt het belang van integriteit en betrouwbaarheid binnen de politie en bevestigt dat het niet naleven hiervan kan leiden tot ontslag. De proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het ontslag wegens ernstig plichtsverzuim wordt bevestigd.