ECLI:NL:CRVB:2022:416
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing Ziektewet-uitkering wegens arbeidsgeschiktheid op datum ziekmelding
Appellante heeft zich op 17 december 2015 ziek gemeld en verzocht om een Ziektewet-uitkering. Het UWV heeft deze geweigerd omdat zij op die datum geschikt werd geacht voor arbeid, waaronder de functie van inpakker. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en stelde vast dat het medisch onderzoek zorgvuldig en gemotiveerd was.
In hoger beroep voerde appellante aan dat zij door lichamelijke en psychische klachten niet in staat was om de functie van inpakker te vervullen, mede vanwege vermoeidheid en matige beheersing van de Nederlandse taal. Het UWV verwees naar een recent rapport van een verzekeringsarts bezwaar en beroep waarin werd bevestigd dat appellante op de datum in kwestie geschikt was voor de functie.
De Raad onderschreef de eerdere overwegingen en voegde toe dat uit de medische stukken geen nieuwe feiten zijn gebleken die het oordeel over de arbeidsgeschiktheid wijzigen. Ook werd bevestigd dat alleen de medische geschiktheid relevant is en niet arbeidskundige aspecten zoals taalvaardigheid. De Raad concludeerde dat het hoger beroep ongegrond is en bevestigde de eerdere uitspraak.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de Ziektewet-uitkering wordt bevestigd.