ECLI:NL:CRVB:2009:BJ9057
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Ziektewetuitkeringen na medische herbeoordeling
Appellant, laatstelijk werkzaam als duiker/pijpfitter, meldde zich meerdere malen ziek terwijl hij een gedeeltelijke WW- en WAO-uitkering ontving. Na onderzoek door verzekeringsartsen werd hij hersteld verklaard en weigerde het UWV verdere Ziektewetuitkeringen. Appellant voerde aan dat het medisch onderzoek onvoldoende was en dat hij niet geschikt was voor de geduide functies.
De rechtbank verklaarde de beroepen van appellant ongegrond. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep deze uitspraken. De Raad stelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd door verzekeringsartsen en bezwaarverzekeringsartsen, en dat appellant geen medische gegevens had overgelegd die het oordeel konden ondermijnen.
Verder oordeelde de Raad dat een mededeling van het UWV over het beëindigen van controle geen besluit in de zin van de Awb was en daarom niet-ontvankelijk verklaard kon worden. De Raad achtte geen gronden aanwezig voor proceskostenveroordeling en bevestigde alle aangevallen uitspraken.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van Ziektewetuitkeringen en verklaart het hoger beroep ongegrond.