Uitspraak
20 3027 ZW
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
BESLISSING
S.C. Scholten als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 9 februari 2022.
Centrale Raad van Beroep
Appellante, voormalig apothekersassistente, ontving een ZW-uitkering die door het UWV werd beëindigd na een eerstejaars beoordeling. De verzekeringsarts en arbeidsdeskundige stelden vast dat zij meer dan 65% van haar maatmaninkomen kon verdienen, waardoor de uitkering werd stopgezet.
De rechtbank Gelderland verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de beperkingen zoals vastgesteld in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) van 10 oktober 2018 juist waren. De door appellante ingeschakelde psycholoog Van den Heuvel bracht een afwijkende medische beoordeling naar voren, maar deze werd door de rechtbank en de Raad niet gevolgd vanwege gebrek aan nieuwe medische informatie en het feit dat de thuissituatie niet meegewogen mag worden.
In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep het oordeel van de rechtbank. De Raad benadrukt dat de verzekeringsarts de specifieke deskundigheid bezit om beperkingen vast te stellen en dat het UWV voldoende heeft gemotiveerd dat de geselecteerde functies medisch geschikt zijn. Het hoger beroep wordt verworpen en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De ZW-uitkering van appellante is terecht beëindigd en het hoger beroep wordt verworpen.