ECLI:NL:CRVB:2022:2776
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.T.H. Zimmerman
- L.M. Tobé
- P.J. Stolk
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek militair invaliditeitspensioen wegens ontbreken PTSS met dienstverband
Appellant, voormalig beroepsmilitair, verzocht om toekenning van een militair invaliditeitspensioen wegens PTSS die zou zijn ontstaan door zijn uitzending naar voormalig Joegoslavië in 1994/1995. Na meerdere medische onderzoeken en rapporten, waaronder een psychiatrische expertise in 2015 en een aanvullend onderzoek in 2019, concludeerden verzekeringsartsen dat er onvoldoende bewijs was voor een PTSS met dienstverband.
Appellant stelde zich op het standpunt dat hij sinds zijn uitzending chronische PTSS heeft, ondersteund door rapporten van behandelaars, een expertiserapport van 2020 en toekenning van een Draaginsigne Gewonden, een hulphond en een IVA-uitkering. De Raad oordeelde dat de medische informatie en rapporten onvoldoende nieuw of overtuigend waren om het eerdere oordeel te weerleggen.
De Raad benadrukte dat de bewijslast bij appellant ligt om twijfel te zaaien over de medische conclusies van de staatssecretaris. De Raad vond dat de diagnose PTSS niet betrouwbaar was vanwege inconsistenties in de anamnese, eerdere psychiatrische bevindingen die geen PTSS bevestigen, en het ontbreken van nieuwe medische feiten. Ook de toekenning van het DIG, hulphond en IVA-uitkering waren niet doorslaggevend.
Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de eerdere afwijzing van het invaliditeitspensioen bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om een militair invaliditeitspensioen wegens PTSS met dienstverband wordt afgewezen.