ECLI:NL:CRVB:2022:2758
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewet-uitkering wegens verdiencapaciteit boven 65 procent
Appellant was intercedent en meldde zich ziek met psychische klachten. Het UWV stelde na onderzoek vast dat hij meer dan 65% van zijn maatmaninkomen kan verdienen en beëindigde daarom zijn Ziektewet-uitkering. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat het onderzoek zorgvuldig was en de medische beoordeling juist.
In hoger beroep stelde appellant dat zijn beperkingen, waaronder PTSS, onvoldoende waren meegewogen en dat de arbeidsdeskundige verkeerde informatie gebruikte, ook verwees hij naar het ontbreken van een VOG. De Raad oordeelde dat de medische en arbeidskundige beoordelingen voldoende waren onderbouwd en dat de beperkingen adequaat waren meegenomen in de Functionele Mogelijkhedenlijst.
De Raad concludeerde dat appellant in staat is de voorgehouden functies te vervullen en dat het standpunt over het ontbreken van een VOG onvoldoende is onderbouwd. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de beëindiging van de Ziektewet-uitkering bevestigd.