Uitspraak
21.3131 WIA
OVERWEGINGEN
BESLISSING
€ 3.415,50;
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
In deze zaak stond de zorgvuldigheid van het medisch onderzoek ten grondslag aan een WIA-uitkeringsbesluit centraal. De Raad had eerder vastgesteld dat het medisch onderzoek in de bezwaarfase onvoldoende zorgvuldig was uitgevoerd, met name doordat een spreekuurcontact ontbrak terwijl appellante fibromyalgie en fysieke klachten had. Het UWV werd daarom opgedragen een nadere medische beoordeling te verrichten.
Na een aanvullend spreekuuronderzoek door dezelfde verzekeringsarts bezwaar en beroep concludeerde deze dat de belastbaarheid van appellante niet hoefde te worden aangepast. Appellante voerde aan dat het onderzoek niet onafhankelijk en onbevooroordeeld was en dat haar beperkingen onderschat werden, maar de Raad verwierp deze stellingen wegens gebrek aan objectieve onderbouwing.
De Raad volgde het oordeel van de rechtbank dat het medisch oordeel van het UWV juist was en dat de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) adequaat rekening hield met de beperkingen van appellante. Omdat het medisch onderzoek na de tussenuitspraak zorgvuldig was uitgevoerd, werd het eerdere gebrek hersteld. De Raad vernietigde de aangevallen uitspraak en het bestreden besluit, met behoud van de rechtsgevolgen, en veroordeelde het UWV tot vergoeding van de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Het WIA-besluit wordt vernietigd wegens onvoldoende medisch onderzoek, maar de rechtsgevolgen blijven in stand; het UWV wordt veroordeeld tot proceskostenvergoeding.