ECLI:NL:CRVB:2022:2517
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om herziening in ambtenarenrechtelijke zaak over vrijstelling werkzaamheden
Verzoeker is sinds 2010 werkzaam bij het Detentiecentrum Rotterdam en was betrokken bij een incident in 2015 dat leidde tot een functioneringstraject en tijdelijke overplaatsing. Na een periode van re-integratie en detachering werd hij in februari 2019 vrijgesteld van werkzaamheden totdat een gesprek plaatsvond, dat uiteindelijk pas in september 2019 plaatsvond. Verzoeker tekende bezwaar aan tegen deze vrijstelling, dat ongegrond werd verklaard, en ook de rechtbank en de Raad bevestigden dit besluit.
Verzoeker verzocht om herziening van de uitspraak van de Raad van 19 november 2021, stellende dat hij geen aandeel had in de late planning van het gesprek en dat de feiten onjuist waren weergegeven. Hij stelde dat zijn opmerkingen geen voorwaarden waren maar feitelijke vaststellingen.
De Raad oordeelt dat het verzoek om herziening niet voldoet aan de wettelijke criteria van artikel 8:119 Awb Pro, omdat geen nieuwe feiten of omstandigheden zijn aangevoerd die voor verzoeker onbekend waren en die tot een andere uitspraak zouden kunnen leiden. Het verzoek is dan ook ongegrond en wordt afgewezen. Er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het verzoek om herziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.