ECLI:NL:CRVB:2022:2505
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzekering Wlz wegens niet-ingezetenschap in Nederland
Appellante verhuisde in juni 2018 definitief naar Suriname en vroeg in februari 2019 een Wlz-verzekering aan. De Sociale verzekeringsbank (Svb) besloot dat zij niet verzekerd was omdat zij niet in Nederland woonde. Appellante maakte bezwaar en verzocht om herziening, maar dit werd afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden en omdat het oorspronkelijke besluit niet onmiskenbaar onjuist was.
De rechtbank oordeelde dat appellante geen ingezetenschap in Nederland had omdat zij permanent in Suriname verbleef, slechts kortdurend in Nederland verbleef en geen duurzame persoonlijke band met Nederland had. Ook het beroep op het gelijkheids- en vertrouwensbeginsel slaagde niet.
De Centrale Raad van Beroep onderschrijft deze beoordeling en wijst het hoger beroep af. De Raad benadrukt dat de coronapandemie geen invloed heeft op de periode waarop het besluit ziet en dat het beleid van de Svb om niet terug te komen op rechtens onaantastbare besluiten hier correct is toegepast.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het besluit dat appellante niet verzekerd is voor de Wlz wordt bevestigd.