ECLI:NL:CRVB:2022:2489
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering WAO-uitkering op grond van inkomsten als zelfstandige in 2018
Appellant ontvangt sinds 1990 een WAO-uitkering en werkt sinds 1995 als zelfstandige. Over 2018 gaf hij een belastbare winst uit onderneming op van €13.983, vermeerderd met ondernemersaftrek, wat leidde tot een fictieve arbeidsongeschiktheidspercentage van 66,5% en een lagere WAO-uitkering. Het UWV stelde een terugvordering van €7.837,80 vast wegens te veel ontvangen uitkering.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarbij werd bevestigd dat de belastbare winst vermeerderd met ondernemersaftrek als uitgangspunt dient en dat het maatmanuurloon correct was vastgesteld. Appellant voerde in hoger beroep aan dat de ondernemersaftrek van een eerder jaar ten onrechte was meegenomen, dat het maatmaninkomen te laag was vastgesteld, en dat de terugvordering onaanvaardbare financiële gevolgen heeft.
De Raad oordeelt dat het UWV terecht is uitgegaan van de belastbare winst vermeerderd met ondernemersaftrek over 2018 en dat de berekening van het arbeidsongeschiktheidspercentage correct is, ook rekening houdend met het verschil in urenomvang. De gecorrigeerde belastingaangifte leidt niet tot een andere uitkomst. Er zijn geen dringende redenen om van terugvordering af te zien. Het hoger beroep wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het UWV terecht de WAO-uitkering heeft verlaagd en de terugvordering van €7.837,80 terecht is.