ECLI:NL:CRVB:2022:2464
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vergoeding aanschaf auto wegens ontbreken absolute taxi-verhindering
Appellante, een vervolgde in de zin van de Wuv met psychische klachten, verzocht meerdere malen om vergoeding voor de aanschaf van een auto. Eerdere aanvragen in 2014 en 2019 werden afgewezen omdat niet was aangetoond dat zij beperkt was in het gebruik van een taxi. Deze besluiten werden bevestigd door de Raad.
In oktober 2021 diende appellante opnieuw een aanvraag in. Verweerder wees deze af en handhaafde dit besluit na bezwaar, met als motief dat de psychische klachten geen medische noodzaak of sociaal wenselijkheid voor een auto rechtvaardigen, omdat geen absolute verhindering voor taxi-gebruik is vastgesteld.
De Raad beoordeelde het beroep en concludeerde dat het bestreden besluit voldoende gemotiveerd is op basis van medisch advies. Hoewel er sprake is van psychische problemen met controleverlies bij niet zelf autorijden, bevestigen medische gegevens niet dat appellante absoluut verhinderd is een taxi te gebruiken. Het beroep is daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat geen absolute verhindering voor taxi-gebruik is vastgesteld.