ECLI:NL:CRVB:2022:2324

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
26 oktober 2022
Publicatiedatum
31 oktober 2022
Zaaknummer
21 / 3611 ZVW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 18f lid 6 ZvwArt. 25 lid 1 Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging besluit CAK om zorgtoeslag rechtstreeks te verrekenen met bestuursrechtelijke premie

Appellant werd door zijn zorgverzekeraar aangemeld als wanbetaler en moest daarom een bestuursrechtelijke premie betalen. Het CAK besloot op grond van artikel 18f, zesde lid, van de Zorgverzekeringswet (Zvw) om de zorgtoeslag van appellant rechtstreeks aan het CJIB te betalen ter voldoening van deze premie. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door het CAK ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant eveneens ongegrond.

In hoger beroep stelde appellant dat de Belastingdienst had vastgesteld dat hij geen recht had op zorgtoeslag en deze terugvorderde, terwijl hij de toeslag niet zelf had ontvangen omdat deze was omgeleid naar het CJIB. Appellant vond dat het CJIB de ontvangen zorgtoeslag aan de Belastingdienst moest terugbetalen.

De Raad oordeelde dat het CAK bevoegd was om de zorgtoeslag als tegemoetkoming in de bestuursrechtelijke premie te innen, ook als achteraf blijkt dat er geen recht op de toeslag bestond. Er waren geen aanwijzingen dat het besluit onrechtmatig was. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en het besluit van het CAK wordt bevestigd.

Uitspraak

21.3611 ZVW

Datum uitspraak: 26 oktober 2022
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant van 24 augustus 2021, 21/283 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)

CAK

PROCESVERLOOP
Appellant heeft hoger beroep ingesteld.
CAK heeft een verweerschrift ingediend.
Beide partijen hebben nadere stukken ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 14 september 2022. Appellant is verschenen. CAK heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. H. van Kammen, werkzaam bij het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB).

OVERWEGINGEN

1.1.
Appellant is op 1 mei 2015 door zijn zorgverzekeraar Avéro Achmea Zorgverzekering N.V. bij CAK aangemeld als wanbetaler in de zin van de Zorgverzekeringswet (Zvw). Daarom is hij maandelijks een bestuursrechtelijke premie verschuldigd.
1.2.
CAK heeft bij besluit van 2 september 2020 aan appellant meegedeeld dat op grond van artikel 18f, zesde lid, van de Zvw de zorgtoeslag van appellant wordt uitbetaald aan het CJIB ter gedeeltelijke voldoening van de door appellant verschuldigde bestuursrechtelijke premie (omleiding zorgtoeslag). Voor het resterende premiebedrag ontvangt appellant een brief.
1.3.
Bij besluit van 15 januari 2021 (bestreden besluit) heeft CAK het bezwaar van appellant tegen het besluit van 2 september 2020 ongegrond verklaard.
2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.
3. Appellant heeft zich in hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak gekeerd. Hij heeft daartoe, samengevat, het volgende aangevoerd. De Belastingdienst heeft beslist dat appellant, in ieder geval voor het jaar 2020, uiteindelijk geen recht had op zorgtoeslag en heeft deze van appellant teruggevorderd. Appellant heeft de zorgtoeslag echter niet zelf ontvangen, omdat deze als gevolg van het besluit van 2 september 2020 is omgeleid naar het CJIB. Appellant heeft zich op het standpunt gesteld dat het CJIB de ontvangen zorgtoeslag moet terugbetalen aan de Belastingdienst.
4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.
4.1.
De besluitvorming van CAK houdt in dat wanneer zorgtoeslag aan appellant of zijn partner wordt uitbetaald, dit rechtstreeks zal worden overgemaakt aan CAK als tegemoetkoming in de bestuursrechtelijke premie. De bevoegdheid hiertoe is neergelegd in de Zvw. In artikel 18f, zesde lid van de Zvw is bepaald dat in opdracht van het CAK een aan de verzekeringnemer of zijn partner uit te betalen zorgtoeslag als bedoeld in de Wet op de zorgtoeslag of een voorschot daarop, in afwijking van artikel 25, eerste lid, van de Algemene wet inkomensafhankelijk regelingen, als tegemoetkoming in de bestuursrechtelijke premie aan het CAK wordt uitbetaald. Indien achteraf wordt vastgesteld dat er geen recht op zorgtoeslag bestond, betekent dit niet dat CAK niet bevoegd zou zijn om een besluit als bedoeld in dit artikel te nemen. In wat appellant heeft aangevoerd, ziet de Raad geen aanknopingspunten voor het oordeel dat het bestreden besluit onrechtmatig is.
4.2.
Het hoger beroep slaagt niet. De aangevallen uitspraak zal worden bevestigd.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door B.J. van de Griend als voorzitter en D.S. de Vries en A.E. Dutrieux als leden, in tegenwoordigheid van R. van Doorn als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 26 oktober 2022.
(getekend) D.S. de Vries
(getekend) R. van Doorn