ECLI:NL:CRVB:2022:2324
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit CAK om zorgtoeslag rechtstreeks te verrekenen met bestuursrechtelijke premie
Appellant werd door zijn zorgverzekeraar aangemeld als wanbetaler en moest daarom een bestuursrechtelijke premie betalen. Het CAK besloot op grond van artikel 18f, zesde lid, van de Zorgverzekeringswet (Zvw) om de zorgtoeslag van appellant rechtstreeks aan het CJIB te betalen ter voldoening van deze premie. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door het CAK ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant eveneens ongegrond.
In hoger beroep stelde appellant dat de Belastingdienst had vastgesteld dat hij geen recht had op zorgtoeslag en deze terugvorderde, terwijl hij de toeslag niet zelf had ontvangen omdat deze was omgeleid naar het CJIB. Appellant vond dat het CJIB de ontvangen zorgtoeslag aan de Belastingdienst moest terugbetalen.
De Raad oordeelde dat het CAK bevoegd was om de zorgtoeslag als tegemoetkoming in de bestuursrechtelijke premie te innen, ook als achteraf blijkt dat er geen recht op de toeslag bestond. Er waren geen aanwijzingen dat het besluit onrechtmatig was. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en het besluit van het CAK wordt bevestigd.