ECLI:NL:CRVB:2022:2245
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering na zorgvuldige medische en arbeidskundige beoordeling bevestigd
Appellant, voormalig tuinbouwmedewerker, meldde zich ziek met rug- en elleboogklachten en kreeg een Ziektewetuitkering toegekend. Na een herbeoordeling concludeerde het UWV dat appellant meer dan 65% van zijn maatmaninkomen kon verdienen en beëindigde de uitkering. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat het medisch en arbeidskundig onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de beperkingen van appellant juist waren ingeschat.
In hoger beroep betoogde appellant dat zijn beperkingen, met name voor zitten, houding wisselen en armgebruik, zijn onderschat en dat relevante medische informatie uit Polen onvoldoende was meegewogen. Ook stelde hij dat de voorgestelde functies niet passend waren vanwege taalproblemen. Het UWV handhaafde haar standpunt.
De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de wisselende klachten en eerdere hernia geen aanleiding gaven tot een zwaardere beperking. De armklachten waren onvoldoende ernstig voor extra beperkingen. De voorgestelde functies waren passend en het taalniveau van appellant was voldoende om deze binnen korte tijd te kunnen uitvoeren. De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de Ziektewetuitkering wegens voldoende medische en arbeidskundige gronden.