ECLI:NL:CRVB:2022:2234
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herziening en terugvordering bijstand wegens verblijf buitenland zonder dringende redenen
In deze zaak gaat het om de herziening van de bijstand over augustus 2019 en de terugvordering van €496,22 omdat appellanten langer dan vier weken buiten Nederland verbleven. Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam besloot tot herziening en handhaafde dit besluit na bezwaar.
Appellanten voerden aan dat er zeer dringende redenen waren om bijstand te verlenen, omdat appellant psychische klachten had ontwikkeld na het overlijden van zijn vader in Marokko en medicatie gebruikte die zijn rijvaardigheid beïnvloedde. Hierdoor kon hij niet tijdig terugkeren zonder risico op ernstig letsel.
De Centrale Raad oordeelt dat deze omstandigheden niet voldoen aan de strenge criteria van artikel 16, eerste lid, van de Participatiewet, die vereist dat er sprake is van een acute noodsituatie die alleen met bijstand kan worden verholpen. Ook het beroep op hardvochtigheid vanwege financiële problemen slaagt niet, omdat terugvordering alleen kan worden afgezien bij uitzonderlijke sociale of financiële omstandigheden, die hier niet zijn aangetoond.
De Raad bevestigt daarom het bestreden besluit en wijst het hoger beroep af. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening en terugvordering van bijstand wegens verblijf in het buitenland zonder zeer dringende redenen.