ECLI:NL:CRVB:2022:222
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing persoonsgebonden budget voor opleiding assistentiehond wegens onvoldoende wetenschappelijke onderbouwing
Appellante, met een chronische complexe posttraumatische stressstoornis (PTSS), vroeg een persoonsgebonden budget aan voor begeleiding bij het opleiden van haar hond tot assistentiehond. Het college verleende een maatwerkvoorziening voor ambulante persoonlijke begeleiding, maar wees de aanvraag voor de assistentiehond af wegens onvoldoende wetenschappelijke onderbouwing van de effectiviteit.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het college voldoende onderzoek had gedaan naar de hulpvraag en dat het standpunt over het ontbreken van wetenschappelijk bewijs gerechtvaardigd was. Appellante voerde in hoger beroep aan dat het onderzoek onzorgvuldig was en dat recente studies de effectiviteit van assistentiehonden aantonen, en verzocht om een deskundige aan te stellen.
De Raad oordeelde dat het college zorgvuldig had gehandeld, het ondersteuningsverslag en aanvullingen waren betrokken bij de besluitvorming, en dat de verstrekte maatwerkvoorziening passend was. Hoewel er steeds meer onderzoeken zijn die positieve effecten van assistentiehonden laten zien, ontbreekt een sluitende wetenschappelijke onderbouwing. Lopende onderzoeken worden verwacht over enkele jaren.
De Raad wees het hoger beroep af, bevestigde de eerdere uitspraak en zag geen aanleiding voor het benoemen van een deskundige of vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van het persoonsgebonden budget voor de assistentiehond wegens onvoldoende wetenschappelijke onderbouwing.