ECLI:NL:CRVB:2022:2163
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om herziening WAO-uitkeringsbesluit wegens ontbreken nieuwe feiten
Verzoeker, die sinds 1992 ziek is gemeld, heeft meerdere keren verzocht om een WAO-uitkering, welke verzoeken steeds zijn afgewezen door het Uwv en bevestigd door de rechterlijke instanties. Na een eerdere uitspraak van de Raad van 9 april 2021 verzocht verzoeker om herziening van deze uitspraak, stellende dat hij nooit is opgeroepen voor een medisch onderzoek en dat zijn gezondheid is verslechterd.
De Centrale Raad van Beroep heeft het verzoek beoordeeld aan de hand van artikel 8:119, lid 1, van de Algemene wet bestuursrecht, dat herziening alleen mogelijk maakt indien nieuwe feiten of omstandigheden aan het licht komen die voorheen niet bekend waren en die tot een andere uitspraak zouden kunnen leiden.
De Raad concludeert dat verzoeker geen nieuwe feiten of omstandigheden heeft aangevoerd die aan deze criteria voldoen. De gestelde verslechtering van de gezondheid en het ontbreken van een medisch onderzoek zijn onvoldoende om het verzoek tot herziening te honoreren.
Daarom wijst de Raad het verzoek om herziening af en ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek om herziening van de WAO-uitkeringsuitspraak wordt afgewezen wegens ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.