ECLI:NL:CRVB:2022:2097
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.T.H. Zimmerman
- J.J.T. van den Corput
- A.T. Marseille
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om herziening inzake nieuwe werkindeling ambtenaar
Verzoekster, werkzaam als ambtenaar, maakte bezwaar tegen een nieuwe werkindeling waarbij zij primair verantwoordelijk was voor werkzaamheden uit het ‘B-werkpakket’ en slechts na afronding daarvan werkzaamheden op een hoger functieniveau mocht uitvoeren. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze werkindeling niet-ontvankelijk en de Raad bevestigde dit oordeel.
Verzoekster verzocht om herziening van deze uitspraak op grond van een vermeende omwenteling in het bestuursrecht en het evenredigheidsbeginsel, waarbij zij zich beroept op goed werkgeverschap volgens artikel 7:611 BW Pro. De Raad oordeelde dat het verzoek om herziening niet kon worden ingewilligd omdat er geen nieuwe feiten of omstandigheden waren die voldeden aan de cumulatieve voorwaarden van artikel 8:119 Awb Pro.
De Raad benadrukte dat het rechtsmiddel van herziening niet bedoeld is om een hernieuwde discussie over de zaak te voeren of de juistheid van de uitspraak te betwisten. De gestelde wijziging in de evenredigheidstoets dateerde van ná de uitspraak en had geen invloed op het oordeel dat het e-mailbericht geen besluit in de zin van artikel 1:3 Awb Pro was.
Daarom werd het verzoek om herziening afgewezen zonder veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek om herziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.