ECLI:NL:CRVB:2022:2027
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om herziening in WAO-uitkeringszaak wegens ontbreken nieuwe feiten
Verzoeker heeft bij de Centrale Raad van Beroep verzocht om herziening van een eerdere uitspraak waarin het Uwv weigerde zijn WAO-uitkering te heropenen wegens een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%. Het verzoek om herziening was gebaseerd op de stelling dat verzoeker ernstig ziek en gehandicapt is en dat alle relevante documenten in het dossier aanwezig zijn, aangevuld met nieuwe medische stukken.
De Raad beoordeelde het verzoek aan de hand van artikel 8:119 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, dat herziening mogelijk maakt indien er feiten of omstandigheden zijn die voor de uitspraak niet bekend waren, redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en die bij bekendheid tot een andere uitspraak hadden kunnen leiden. De Raad benadrukte dat herziening niet bedoeld is voor een hernieuwde discussie over de zaak, maar voor het corrigeren van onjuist gebleken feiten.
De Raad concludeerde dat de door verzoeker overgelegde documenten niet nieuw waren en geen nieuwe inzichten bevatten over zijn gezondheidstoestand vóór de uitspraak van 24 juni 2021. De medische gegevens bevatten dezelfde diagnoses en medicatie als eerder, alleen met nieuwe data. Daarom werd het verzoek om herziening afgewezen. Tevens werd geen veroordeling in proceskosten opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om herziening van de WAO-uitkeringszaak is afgewezen wegens ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.