ECLI:NL:CRVB:2022:1997
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beperkte kennisneming van vertrouwelijk stuk in hoger beroep bestuursrecht
In deze bestuursrechtelijke zaak in hoger beroep heeft de Centrale Raad van Beroep een verzoek behandeld om de kennisneming van een vertrouwelijk stuk te beperken. De zaak betreft een beroep van appellante tegen een besluit van de Staatssecretaris van Defensie, waarbij de rechtbank het beroep ongegrond verklaarde mede op basis van een stuk waarvan alleen de rechtbank kennis mocht nemen.
De staatssecretaris verzocht de Raad om toepassing van artikel 8:29 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb), zodat alleen de Raad kennis zou mogen nemen van het vertrouwelijke stuk. De Raad moest een belangenafweging maken tussen het belang van appellante om het stuk in te zien en het belang van bescherming van lopende onderzoeken.
De Raad concludeerde dat het stuk informatie bevat die ernstige schade kan toebrengen aan lopende onderzoeken van de betrokken diensten. Dit algemene belang weegt zwaarder dan het belang van appellante bij kennisneming. Daarom is de beperking van de kennisneming gerechtvaardigd en wordt alleen de Raad toegang tot het stuk verleend.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bepaalt dat alleen de Raad kennis mag nemen van het vertrouwelijke stuk vanwege het belang van lopende onderzoeken.