ECLI:NL:CRVB:2022:1963
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek verlaagde eigen bijdrage huurwoning defensieambtenaar woonachtig in buitenland
Appellant, een militair ambtenaar, is vanuit zijn eigendomswoning in België verhuisd naar een huurwoning in de Verenigde Staten vanwege een buitenlandse plaatsing. Hij verzocht om de eigen bijdrage voor de huurwoning vast te stellen op 10% van zijn bezoldiging, maar dit verzoek werd afgewezen omdat de woning in België ligt en niet in Nederland.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond, stellende dat de regeling voor de verlaagde eigen bijdrage alleen geldt voor verhuizingen vanuit een eigendomswoning in Nederland naar het buitenland. Appellant voerde aan dat de locatie van de eigendomswoning niet relevant zou zijn, maar dit werd door de rechtbank en later door de Raad verworpen.
De Raad oordeelde dat de tekst en de achtergrond van artikel 13, zevende lid, van het Voorzieningenstelsel buitenland defensiepersoneel (VBD) duidelijk maken dat de regeling bedoeld is voor Nederlandse defensieambtenaren die vanuit Nederland verhuizen. Ook het beroep op de hardheidsclausule van artikel 28 VBD Pro werd afgewezen omdat geen bijzondere omstandigheden waren aangetoond.
Het hoger beroep faalde en de aangevallen uitspraak werd bevestigd. Er werden geen proceskosten aan appellant opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om de eigen bijdrage huurwoning vast te stellen op 10% wordt afgewezen omdat appellant vanuit een eigendomswoning in het buitenland is verhuisd.