ECLI:NL:CRVB:2022:1930
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing terugwerkende dubbele kinderbijslag ondanks handicap kind
Appellante, afkomstig uit Roemenië, vroeg dubbele kinderbijslag aan voor haar gehandicapte dochter. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) wees de aanvraag aanvankelijk af, maar kende de dubbele kinderbijslag toe vanaf het eerste kwartaal van 2019.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen dit besluit ongegrond omdat de Svb niet bevoegd is dubbele kinderbijslag met terugwerkende kracht toe te kennen. Appellante stelde in hoger beroep dat zij in Roemenië reeds dubbele kinderbijslag ontving en dat zij op grond van EU-regelgeving aanspraak maakt op terugwerkende dubbele kinderbijslag vanaf december 2017. Zij stelde dat weigering leidt tot discriminatie en schending van kinderrechten.
De Raad oordeelde dat appellante geen nieuwe gronden had aangevoerd die tot een ander oordeel konden leiden. Er was geen bewijs van discriminatie of schending van rechten en de Svb had terecht geweigerd terugwerkende dubbele kinderbijslag toe te kennen. Bovendien had appellante tegen eerdere afwijzingen rechtsmiddelen kunnen inzetten. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van terugwerkende dubbele kinderbijslag bevestigd.