ECLI:NL:CRVB:2022:1811
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging toekenning militair invaliditeitspensioen voor huidaandoening, geen dienstverband onvruchtbaarheid
Appellant was beroepsmilitair van april 2008 tot mei 2017 en liep tijdens een uitzending in 2012 een ernstige huidinfectie op met complicaties en zenuwbeschadiging. Na een militair geneeskundig onderzoek werd hem een invaliditeitspensioen toegekend van 20% plus 5% bijzondere invaliditeitsverhoging, waarbij dienstverband werd erkend voor de huidaandoening maar niet voor onvruchtbaarheid.
De staatssecretaris verklaarde het bezwaar tegen deze beslissing ongegrond, gesteund op medische adviezen die geen verband zagen tussen onvruchtbaarheid en dienst. De rechtbank bevestigde dit oordeel. In hoger beroep voerde appellant aan dat onvruchtbaarheid wel verband hield met het letsel, onderbouwd met medische rapporten die dit niet uitsloten.
De Raad overwoog dat de bewijslast bij appellant ligt om twijfel te zaaien over het medische oordeel van de staatssecretaris. De Raad vond dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat onvruchtbaarheid verband hield met het dienstverband. Ook het betoog over onzorgvuldig onderzoek naar psychische klachten werd verworpen omdat op de peildatum geen aanwijzingen waren voor beperkingen door psychische aandoeningen.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het invaliditeitspensioen wordt bevestigd zonder dienstverband voor onvruchtbaarheid.