Appellant maakte bezwaar tegen facturen van CAK voor bijdragen aan maatwerkvoorzieningen op grond van de Wmo 2015. CAK heeft de bezwaren deels gegrond verklaard en facturen herzien. De rechtbank Gelderland verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af, omdat geen onrechtmatigheid of foutieve gegevens waren vastgesteld.
In hoger beroep stelde appellant dat CAK onjuiste facturen had opgesteld, dat de rechtbank vooringenomen was en dat hij recht had op een volledige dwangsom en een schadevergoeding van € 100.000 wegens materiële en psychische schade. De Raad oordeelde dat appellant geen concrete onderbouwing had geleverd voor deze stellingen en dat de rechtbank terecht op de kern van de bezwaren was ingegaan.
De Raad bevestigde dat CAK bij de vaststelling van de bijdrage mag uitgaan van gegevens van het college en dat eventuele fouten bij dat bestuursorgaan moeten worden aangevochten. De Raad wees het hoger beroep af, behalve dat appellant een vergoeding van € 2.000 krijgt wegens een overschrijding van de redelijke termijn van ruim twee jaar in de rechterlijke fase.
De Staat wordt veroordeeld tot betaling van deze vergoeding. Er is geen grond voor toekenning van overige schadevergoedingen of dwangsommen. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 27 juli 2022.