ECLI:NL:CRVB:2022:1614
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek herziening gelijkstelling tweede generatie oorlogsslachtoffer
Appellant, geboren in 1946, heeft herhaaldelijk verzocht om als tweede generatie oorlogsslachtoffer met de vervolgde te worden gelijkgesteld op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 (Wuv). Na eerdere afwijzingen en een vernietiging van een besluit door de Raad, heeft verweerder in 2003 erkend dat de moeder van appellant vervolgd is geweest. Echter, het ontbreken van medische gegevens van de moeder, die in 1981 is overleden, maakt het onmogelijk om vast te stellen of appellant ziekten of gebreken heeft die in overwegende mate verband houden met de vervolgingsgevolgen van zijn moeder.
In mei 2021 heeft appellant opnieuw verzocht om herziening van de afwijzing, maar verweerder handhaafde het besluit omdat geen aperte, verwijtbare fouten waren gemaakt. De Raad toetst dit besluit met terughoudendheid en concludeert dat het ontbreken van objectieve medische gegevens een fundamentele belemmering vormt om appellant gelijk te stellen met de vervolgde.
Appellant overlegt een intakeverslag van ARQ Centrum ’45, maar dit kan het ontbreken van medische gegevens van de moeder niet compenseren. Een nader medisch onderzoek wordt niet noodzakelijk geacht omdat ook dat geen inzicht kan geven in de vervolgingsgevolgen van de moeder. De Raad verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek af.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard vanwege het ontbreken van medische gegevens van de moeder, waardoor appellant niet kan worden gelijkgesteld met de vervolgde.