Uitspraak
20 1217 PW, 20/1218 PW
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
“In opgemelde zaak kan ik u berichten dat het beroepschrift wordt ingetrokken. Bijgaand zend ik u afschrift van de toevoeging op naam van [appellante] .”.
Centrale Raad van Beroep
Appellante ontving sinds 2011 bijstand en stond ingeschreven op een uitkeringsadres. Na een melding dat zij op een ander adres verbleef, startte de gemeente een onderzoek. Dit leidde tot intrekking van de bijstand met ingang van december 2014 en terugvordering van ten onrechte ontvangen bijstand.
Appellante stelde dat het beroep abusievelijk was ingetrokken en dat zij de inlichtingenverplichting niet had geschonden. De Raad oordeelde dat de intrekking van het beroep rechtsgeldig was omdat een vergissing geen wilsgebrek vormt en dat formele rechtskracht geldt voor de intrekking van de bijstand.
Verder werd vastgesteld dat het extreem lage waterverbruik op het uitkeringsadres wijst op niet-bewoning en dat appellante onvoldoende bewijs leverde dat zij wel op het adres woonde. Ook meldde zij niet tijdig haar verblijf elders. De Raad bevestigde daarom het besluit tot intrekking en terugvordering.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de bijstand en de terugvordering wegens niet-woonachtig zijn op het uitkeringsadres.