ECLI:NL:CRVB:2022:1506
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing Wajong-uitkering na zorgvuldig medisch onderzoek met schadevergoeding wegens termijnoverschrijding
Appellant diende een laattijdige aanvraag in voor een Wajong-uitkering, die door het UWV werd afgewezen wegens onvoldoende bewijs van beperkingen op zeventien- en achttienjarige leeftijd. De rechtbank Limburg verklaarde het beroep ongegrond, waarbij het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig werd bevonden en het verzoek tot benoeming van een deskundige werd afgewezen.
In hoger beroep handhaafde appellant zijn standpunt over beperkingen en de noodzaak van een deskundige, en verzocht om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn. De Raad heropende het onderzoek en liet het UWV een toelichting geven van de verzekeringsarts bezwaar en beroep, die motiveerde dat een spreekuurcontact geen toegevoegde waarde had gezien de periode van beoordeling en beschikbare medische gegevens.
De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek voldoende zorgvuldig was, dat het beginsel van equality of arms niet was geschonden en dat appellant geen nieuwe medische informatie had overgelegd die twijfel aan de beoordeling rechtvaardigde. Het hoger beroep werd afgewezen, maar de Staat werd veroordeeld tot een schadevergoeding van €1.000 wegens overschrijding van de redelijke termijn. Tevens werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen, het bestreden besluit bevestigd en een schadevergoeding van €1.000 toegekend wegens overschrijding van de redelijke termijn.