ECLI:NL:CRVB:2022:1500
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor proces- en explootkosten wegens schuldenlast
Appellant was door een vonnis veroordeeld tot betaling van proceskosten en explootkosten in een procedure tegen zijn ex-echtgenote. Hij vroeg bijzondere bijstand aan voor deze kosten, maar het college wees dit af omdat bijzondere bijstand niet wordt verleend voor schulden. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond.
In hoger beroep betoogde appellant dat hij geen schuld had aangegaan en dat de veroordeling voortkwam uit zijn afwezigheid door psychische omstandigheden. De Raad overwoog dat de veroordeling tot betaling van proces- en explootkosten een schuldenlast vormt zoals bedoeld in artikel 13 van Pro de Participatiewet, ongeacht verwijtbaarheid.
Omdat appellant ten tijde van de aanvraag en daarna bijstand ontving die voorzag in de noodzakelijke kosten van het bestaan, had hij geen recht op bijzondere bijstand voor deze schuldenlast. Ook waren er geen zeer dringende redenen aanwezig die bijzondere bijstand zouden rechtvaardigen. De Raad bevestigde daarom de afwijzing van de aanvraag en de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: De aanvraag bijzondere bijstand voor proces- en explootkosten wordt afgewezen omdat deze kosten een schuldenlast vormen en appellant beschikte over middelen om in noodzakelijke kosten te voorzien.