ECLI:NL:CRVB:2022:1471
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- E.J.M. Heijs
- E. Dijt
- S.B. SmitColenbrander
- Rechtspraak.nl
Verzoek om wraking na definitieve uitspraak niet ontvankelijk verklaard
Verzoekster heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland en een verzoek tot schadevergoeding ingediend. De Centrale Raad van Beroep heeft op 10 maart 2022 de uitspraak bevestigd en het schadeverzoek afgewezen. Op 26 april 2022 diende verzoekster een wrakingsverzoek in tegen de rechters die de uitspraak hadden gedaan.
De Raad overweegt dat artikel 8:15 van Pro de Algemene wet bestuursrecht bepaalt dat wraking kan worden gevraagd op grond van feiten die de onpartijdigheid van de rechter kunnen schaden. Echter, volgens artikel 3 lid 4 van Pro de Wrakings- en verschoningsregeling bestuursrechterlijke colleges 2022 kan een wrakingsverzoek niet in behandeling worden genomen indien het na de openbaar gemaakte einduitspraak is ingediend.
Aangezien het wrakingsverzoek pas na de uitspraak van 10 maart 2022 is ingediend, wordt het verzoek niet in behandeling genomen. Er volgt geen inhoudelijke beoordeling van de aangevoerde gronden. Ook is er geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De beslissing is uitgesproken op 14 juni 2022 door de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek wordt niet in behandeling genomen omdat het na de einduitspraak is ingediend.