Uitspraak
21.3599 WAO, 22/826 WAO
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak, voor zover aangevochten;
- verklaart het beroep tegen het besluit van 6 oktober 2021 ongegrond.
Centrale Raad van Beroep
Appellant, voormalig verhuizer, kreeg een WAO-uitkering toegekend wegens arbeidsongeschiktheid. Na diverse herbeoordelingen en bezwaarprocedures stelde het UWV de mate van arbeidsongeschiktheid vast tussen 25 en 35% per 8 januari 2020. De rechtbank oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat er geen aanleiding was om te twijfelen aan het oordeel van de verzekeringsartsen. Het verzoek van appellant om een onafhankelijke deskundige werd afgewezen.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij bewijsnood had vanwege beperkte toegang tot medische zorg in Spanje en dat het UWV zijn beperkingen onderschatte. De Raad concludeerde dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij bewijsnood had en dat het dossier voldoende medische informatie bevatte, waaronder rapporten van cardiologen en huisartsen, die door de verzekeringsartsen waren betrokken.
De Raad bevestigde dat het UWV terecht op grond van artikel 39a van de WAO geen arbeidskundige beoordeling hoefde uit te voeren, omdat er geen toename van medische beperkingen was. Het beroep van appellant werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak van de rechtbank werd bevestigd.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV wordt bevestigd.